Tickets
Dinsdag t/m zondag
11:00 - 17:00 uur
Contrast

Two Sides of the Same Coin: een gefragmenteerde geschiedenis komt samen

Bijzondere ontmoeting tussen plantagearbeiders en nazaat van Belgisch koloniaal bestuurder

Beeld van Belgisch koloniaal bestuurder Balot Foto: Nick Bookelaar

In de tentoonstelling Two Sides of the Same Coin brengt het Congolese kunstcollectief Cercle d’Art des Travailleurs de Plantation Congolaise (CATPC) twee zijdes van één verhaal met elkaar in dialoog. Aan de ene kant bevinden zich de westerse kunstmusea, zoals het Van Abbemuseum. Aan de andere staan plantagearbeiders, wiens voorouders met hun werk de financiering van dergelijke instellingen mogelijk maakten, zoals het Congolese collectief. De opening van de expositie brengt deze gefragmenteerde geschiedenis samen: CATPC, nazaten van plantagearbeiders, en Dominique Thibaux, achternicht van een Belgisch koloniaal bestuurder, ontmoeten elkaar in het Van Abbemuseum.

Verzetsmoord

“In 1931, tijdens de koloniale overheersing van België in Congo, werden vrouwen in Lusanga verkracht. Het was een wervingsmethode voor dwangarbeid op de Unileverplantages,” vertelt C’edart Tamasala van CATPC. De gemeenschap kwam daarop in verzet. Om de onrust op de plantage de kop in te drukken, stuurde het regime de koloniaal bestuurder Maximilien Balot. Deze had niet door dat er een gevaarlijke situatie op hem wachtte. Bij zijn komst is hij vermoord en in stukken gesneden. Tijdens de represailles die volgden, zijn duizenden Congolezen gevangen, gemarteld en vermoord. Tamasala: “Als onderdeel van het verzet, maakte de gemeenschap een houten sculptuur van Balot die zijn kwade geest moest bedwingen.”

Avonturensage

“Tot mijn zeventigste wist ik heel weinig over mijn oudoom Max,” vertelt Dominique Thibaux, achternicht van bestuurder Balot. “Als een avonturensage zweefde zijn verhaal in onze familie. Ik was een jaar of zeven toen ik voor het eerst hoorde over zijn gruwelijke dood tijdens een vredesmissie in het verre Afrika. Voor mij als kind klonk het als een exotisch stripverhaal, Tintin au Congo.” In 2020 komt Thibaux per toeval meer te weten tijdens een bezoek aan de tentoonstelling Risquons-Tout in Wiels, centrum voor hedendaagse kunst in Brussel. Afrikaanse sculpturen verbeelden de verkrachting van Congolese vrouwen door Europeanen. Op het bijschrift leest ze over haar oudoom Maximilien.

Brief van Balot

Naar aanleiding van het museumbezoek duikt Thibaux in haar familiegeschiedenis. In een fotoalbum vindt ze een brief van Balot, gericht aan zijn stief- of schoonmoeder. Hij beschrijft hoe het leven van hem en zijn vrouw Maria Thibaux er in Congo uitziet: ‘We zijn hier alleen te midden van 120.000m2 aan vlaktes en bossen. Er zijn alleen maar zwarte mensen en zwarte mensen.’ Ook beschrijft hij wat zijn werk inhoudt: ‘Elke maand leg ik 300 kilometer per trein af om ongewenste personen te zoeken, belasting te innen en een volkstelling doen.’ De brief is gedateerd op 6 februari 1931, drie maanden voor zijn dood.

Verzwegen verleden

“Het duurde lang voordat ik begreep dat Balots werk een voorbereiding was voor de gedwongen rekrutering van lokale gemeenschap door zijn collega’s,” vertelt Thibaux. Dat Balot geweten moest hebben van de wrede omstandigheden, toont ook de brief die zijn vrouw Maria schreef na zijn dood: ‘De Congolezen hebben mijn man op de meest gruwelijke manier vermoord. Maar ondanks alles begrijp ik hun opstand. De directeuren van privébedrijven hebben zwarte mensen uitgebuit en misbruikt.’ Binnen de familie is er hierna altijd gezwegen over het verleden. Via Renzo Martens, die een langdurige samenwerking met CATPC, zoekt Thibaux contact met de leden van het CATPC.

Vermenselijking van de vijand

De ouders en grootouders van de CATPC-leden werkten onder dwang van de Belgische overheerser op de plantages waar Thibaux’s oudoom bijna een eeuw geleden vermoord werd. Tijdens de opening van de tentoonstelling Two Sides of the Same Coin ontmoeten ze elkaar voor het eerst in het echt. Samen plaatsen ze Balots brief uit 1931 in een vitrine naast zijn sculptuur. René Ngongo, bioloog, activist en directeur van CATPC: “Het lezen van de brief vermenselijkt de vijand uit het verleden. Maar we kunnen niet vast houden aan wrok en pijn uit het verleden. Het tijd om te kijken naar hoe we samen onze toekomst kunnen vormgeven.”

Delen van privileges

Ondanks de wens om samen aan een betere toekomst te werken, voelt het voor CATPC wrang om bij de opening in Eindhoven aanwezig te zijn. Matthieu Kasiama: “Het is voor ons pijnlijk dat wij dat privilege hebben terwijl veel andere plantagearbeiders dit voorrecht niet kennen.” Hij verwijst naar de arbeiders op de plantages in Medan op Sumatra, Indonesië. De dwangarbeid van hun voorouders financierde deels de oprichting van het Van Abbemuseum. Kasiama: “We bezochten hen om toestemming te vragen voor onze tentoonstelling hier. Ze gaven ons hun zegen. Met de $20 die ze in Congo per maand en $160 in Sumatra verdienen is het niet mogelijk om in Eindhoven te zijn. Wij zijn hier dus ook namens hen, namens alle plantagearbeiders wereldwijd. Wij zijn hen”

Two Sides of the Same Coin is van 21 december 2024 t/m 3 maart 2025 te zien in het Van Abbemuseum.